Archieven Het Utrechts Archief Het Utrechts Archief

Uw zoekacties: Rijksuniversiteit Utrecht, faculteit Diergeneeskunde 1961-1995
x1379 Rijksuniversiteit Utrecht, faculteit Diergeneeskunde 1961-1995
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1379 Rijksuniversiteit Utrecht, faculteit Diergeneeskunde 1961-1995
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Faculteit der Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit te Utrecht 1961-1995
sluiten
1379 Rijksuniversiteit Utrecht, faculteit Diergeneeskunde 1961-1995
Inleiding
Faculteit der Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit te Utrecht 1961-1995
In de jaren zestig berustte het bestuur van de universiteit, net als in de voorafgaande honderdvijftig jaar, bij het college van curatoren en de academische senaat, waarbij curatoren verantwoordelijk waren voor bestuur en beheer van de universiteit, en de senaat voor het beleid op het gebied van onderwijs en onderzoek.
Het bestuur van de faculteit lag bij de vergadering van hoogleraren (zij vormden in feite de ŽfaculteitŽ); daarnaast was er een dagelijks bestuur. Onderwijs en onderzoek werden verricht in de instituten, klinieken en laboratoria.
De roep om meer invloed van studenten en medewerkers op het universitaire beleid leidde tot de Wet Universitaire Bestuurshervorming (W.U.B.). Deze wet werd in 1970 in het parlement gebracht door de minister van Onderwijs en Wetenschappen, G.H. Heringa, en werd op 1 mei 1971 van kracht. Het college van curatoren werd vervangen door het college van bestuur, de senaat werd afgeschaft en er werd een universiteitsraad ingesteld. Op facultair niveau werd de vergadering van hoogleraren vervangen door de faculteitsraad, met gekozen leden uit de wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke staf en de studenten. Er kwamen vaste commissies voor onderwijs en onderzoek. Verder was er een dagelijks bestuur.
In plaats van het instituut werd de vakgroep, met een eigen bestuur en raad, de eenheid van onderwijs en onderzoek. Binnen de faculteit Diergeneeskunde was het de bedoeling dat de vakgroepen aan het begin van het cursusjaar 1973/74 zouden gaan functioneren.
Na stagnatie in de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog maakte de faculteit vanaf omstreeks 1960 een snelle groeifase door. Door veel mensen werd meer tijd en geld besteed aan hobby's, waaronder het houden van allerlei dieren voor gezelschap, recreatie en sport. Daarnaast werd de veehouderij nog verder uitgebreid door schaalvergroting en intensivering. De vraag naar dierenartsen steeg hierdoor enorm. Niet alleen in de praktijk maar ook bij de faculteit groeide het patiëntenaanbod sterk. Daardoor werd in de periode 1967-1988 een verhuizing vanuit de binnenstad naar uitgebreide en moderne faciliteiten in het universiteitscomplex De Uithof noodzakelijk. In 1972 werd in De Uithof het practicumgebouw, in de termen van de Hoofdafdeling Bouwzaken en Huisvesting het onderwijsgebouw, fase 1, in gebruik genomen. De onderwijsactiviteiten werden nu overwegend in De Uithof geconcentreerd. Ten gevolge van de in 1971 door de minister afgekondigde bouwstop werd pas in 1977 begonnen met de bouw van fase 2. De scheiding van de faculteit over de twee locaties aan de Biltstraat en in De Uithof zou met name voor de relatie tussen de klinieken en het Pathologisch Instituut veel overlast betekenen. De laatste fase werd in 1985 ingezet door de start van de bouw van het Gemeenschappelijk Dieren Laboratorium, met onderdak voor de vakgroepen Proefdierkunde, Veterinaire biochemie, farmacologie en fysiologie en Voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Uiteindelijk werd in 1988 feestelijk afscheid genomen van de oude terreinen en gebouwen aan de Biltstraat. Hoewel in het archief van het college van curatoren/college van bestuur de voornaamste dossiers over deze zaak bewaard worden, bevat ook het faculteitsarchief een groot aantal stukken hierover.
Ook over organisatie en reorganisatie van de faculteit en de opleiding is in het archief veel te vinden. Van belang op dit gebied is bijvoorbeeld de samenwerking met de Landbouwuniversiteit Wageningen bij de operatie Taakverdeling en concentratie (TVC) in de jaren tachtig.
Belangrijk voor de erkenning van het Nederlandse dierenartsdiploma in de Verenigde Staten en Canada is de periodieke visitatie van de faculteit vanaf 1973 door de Amerikaanse en Canadese Medical Veterinary Association. Deze visitaties zijn uitgebreid in het archief terug te vinden.
Een apart geval was de samenwerking met het Openbaar Slachthuis in Utrecht ten behoeve van het onderwijs, wat onder andere tot uiting kwam in de benoeming van de directeur van het slachthuis tot lector (sinds 1980 hoogleraar) in de toegepaste vleeshygiëne. Bij de sluiting van het slachthuis, eind jaren tachtig, werd gepoogd een oplossing te vinden voor dit onderwijs, wat uiteindelijk leidde tot aankoop door de universiteit van een noodslachtplaats in Oudewater.
Ter gelegenheid van de herdenking van het honderdjarig bestaan van het diergeneeskundig onderwijs in Nederland, op 9 december 1921 in de Pieterskerk in Utrecht, werd in 1923 de Stichting "Jubileumfonds der Veeartsenijkundige Hoogeschool 1921" opgericht, met als doel de bevordering van veeartsenijkundig onderwijs en diergeneeskundige kennis. Tot dit doel werden onder andere de Schimmel-Viruly-prijs en de Schornagel-medaille uitgeloofd. Het archief van de stichting is opgenomen als gedeponeerd archief.
Archief en inventarisatie
Aanwijzingen voor de gebruiker
Literatuur
thumbnail
Kenmerken
Datering:
1961-1995
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van de Faculteit der Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit te Utrecht (192350) 1961-1995 (2004)
Auteur:
M. Tromp, bewerkt door T.L.H. van de Sande
Datering toegang:
2013
Openbaarheid:
Op inv.nrs. 123, 552-689 en 691-692 is een openbaarheidsbeperking van veertig jaar van toepassing. Op inv.nrs. 416, 425, 511-512 en 516-549 is een openbaarheidsbeperking van vijftig jaar van toepassing. Eerdere inzage van voornoemde stukken is slechts mogelijk na schriftelijke toestemming van de Rijksarchivaris in de provincie Utrecht.
Rechtstitel:
Overbrenging van een overheidsarchief
Omvang:
12 m
Rubrieken:
Thema trefwoorden:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS