Hendrik Moreelse had grootse plannen om Utrecht uit te breiden. Hij wilde de stad hiermee aantrekkelijker maken voor rijke burgers en de handel bevorderen. Moreels had al carrière gemaakt als hoogleraar aan de Juridische Faculteit van de Universiteit Utrecht en als raadsheer in het Hof van Utrecht toen hij in 1662 burgemeester werd. Utrecht was in die tijd een belangrijke stad en Moreelse wilde dat de stad zich verder zou ontwikkelen. Het idee om de stad uit te breiden was niet nieuw: de vader van Moreelse had in 1629 ook al plannen gemaakt voor een stadsuitbreiding, maar deze waren niet uitgevoerd.

Impuls economie 

Burgemeester Hendrik Moreelse wilde halverwege de 17e eeuw de Utrechtse economie een grote impuls geven. Ten westen van de middeleeuwse stadsmuur zou de stad in omvang verdubbelen. Er moesten brede grachten komen voor schepen, waardoor de handel en nijverheid zich verder konden ontwikkelen. De nieuwe woonwijken van Moreelse waren ruim opgezet, met veel bomen en prachtige woonhuizen langs de grachten. Hij hoopte dat rijke kooplieden zich hierdoor definitief in Utrecht zouden vestigen. Het nieuwe deel van de stad moest ook vestingwerken krijgen. Dit maakte de plannen echter wel duur: de voorziene kosten waren maar liefst 162.500 gulden. Moreelse dacht dit geld terug te verdienen met de verkoop van grond en huizen. Bovendien zou de beoogde groei van de economie ook veel geld opleveren.

 

Uitbreidingsplan

Overzicht van de stad Utrecht volgens het uitbreidingsplan van de burgemeester Moreelse; met weergave van de Stadsbuitengracht met schepen en bomenrijen, een dwarsgracht met bomenrijen, alsmede enkele rijen grachtenhuizen met tuinen in een formele tuinaanleg.

Tegenstand

Niet iedereen was enthousiast over een stadsuitbreiding. De elite in het oude stadscentrum was bang dat de prijzen van de grond en huizen daar zouden dalen. Daarnaast durfde het stadsbestuur de financiële risico’s vanwege de oorlog met Engeland niet te nemen. En er ontstond een hetze tegen Moreelse. Hij kwam in conflict met de populaire predikant Voetius over het beheer van goederen van opgeheven kloosters en besloot in 1664 om af te treden als burgemeester. Twee jaar later overleed hij.

 

Waterwegen

Uiteindelijk is maar een deel van de plannen van Moreelse uitgevoerd. De huizen zijn niet gebouwd, maar er werden wel waterwegen gegraven. Er kwamen drie parallelle grachten, evenwijdig aan de Catharijnesingel en een gracht dwars daarop, de Mariagracht. Langs de grachten werden er bomen geplant en over de Mariagracht kwam een brug. Deze bomenlanen waren bij de stadsbewoners in trek als wandelpaden. Ook jaren later, in de 18e eeuw,  maakte men graag gebruik van deze paden, zoals te zien is op onderstaande afbeelding uit 1735 . De niet bebouwde percelen tussen de grachten werden gaandeweg voor land- en tuinbouw gebruikt. Deze grachten werden voor het transport van de groenten gebruikt en werden daarom moesgrachten genoemd. Het duurde uiteindelijk nog tot de 19e eeuw voordat Utrecht grootschalig werd uitgebreid met nieuwe wijken.

  

Mariagracht

Gezicht op een van de waterwegen uit het plan: de Mariagracht te Utrecht uit het westen met op de achtergrond een gedeelte van de Mariakerk en de Domtoren (1735).