Nieuwe waterweg

Tot 1893 verliep handel met Duitsland via het Keulse kanaal. Dit kanaal verzandde na verloop van tijd en was te smal en ondiep geworden om nog effectief handel over te drijven. In 1878 werd door de regering een plan gemaakt voor een nieuwe waterhuishouding door heel Nederland. Dit plan had ook consequenties voor Utrecht. Er zou een nieuw kanaal komen dat helemaal niet meer door Utrecht zou lopen. Utrechters waren bezorgd dat zij hiermee een grote inkomstenbron zouden verliezen: namelijk tolheffing. Ook stopten de handelaren hierdoor niet meer in Utrecht waardoor de inwoners hier ook inkomsten door zouden verliezen.


Nieuwe plannen

Er kwam een nieuw plan: het kanaal zou toch langs de buitengrens van Utrecht gaan lopen. Het zou bijvoorbeeld ook in verbinding staan met de Vaartsche Rijn. Maar er was nog steeds een probleem: Utrecht verloor alsnog inkomsten omdat tol heffen niet meer mogelijk was en schepen niet meer stopten in de stad Utrecht. In het archief van Rijkswaterstaat zijn er rapporten van omstreeks 1893 te vinden waarin je goed kunt zien hoe men toen deze problemen probeerde op te lossen. Bijvoorbeeld door meer industrieterreinen en fabrieken te bouwen in de buurt van het geplande kanaal. Hier heeft Utrecht de fabrieken DEMKA, ’s Rijks Munt, U. Twijnstra’s Oliefabriek N.V. en S.O.L. fabriek aan te danken.

214185

Plattegrond uitbreidingsplan Merwedekanaal 

De plattegrond uit 1890 van het uitbreidingsplan van de stad Utrecht bij het Merwedekanaal, waarop je de infrastructuur voor de nieuwe plannen ziet

Bekijk de kaart in de beeldbank

 

Verhalen van de aanleg

Het aanleggen van een kanaal was hard werk. Uit heel Nederland werden er krachten geworven om aan dit kanaal te werken. Over het dagelijks leven van deze ‘polderjongens’ schreef A.P.J. Noltenhuis in 1890 een viertal artikeltjes in het volkstijdschrift ‘Eigen Haard’. Deze serie artikelen was bedoeld voor de gewone stadsbewoner om een inkijkje te geven over het dagelijks leven van de polderjongens om hen bewust te maken van het harde werk. Van de aanleg in 1884 beschikken we over een serie unieke foto's, digitaal te bekijken op de website.  

Het dagelijks leven van een polderjongen

Het uitgraven van het kanaal duurde meerdere jaren. Daarom kregen de polderjongens een tijdelijk huisje om met een groep collega’s in te wonen. Zo’n huisje heette een keet en was erg klein. Er zat meestal alleen een slaapkamer en keuken in en alles was zo minimalistisch mogelijk ingericht om het huis vrij te houden van muizen- en rattenplagen (dit kwam vaak voor naast een kanaal). In de keet woonde ook een keetvrouw die voor de polderjongens kookte en het huishouden deed. De werkdagen duurden van 5 uur ’s ochtends tot 7 uur in de avond. De jongens kregen alleen een korte periode in het voorjaar om naar hun familie terug te keren en de lonen waren laag. Het was hard werken.
 

Een eigen cultuur

Ondanks al dit harde werken waren er toch lichtpuntjes: de polderjongens ontwikkelden een eigen cultuur en speciale ritueeltjes tijdens het werk. Er was een vaste dagindeling waarin twee keer gezamenlijk werd gegeten in de keet. Na een werkdag was de avond gevuld met vermaak zoals verhalen vertellen, spelletjes spelen en onderling grappen uitwisselen. De keetvrouw was meestal de vrouw van een polderjongen. Soms ook niet. In zo’n geval kon er in de keet ook liefde ontstaan, wat enkele keren zelfs tot een trouwerij aan het kanaal leidde.

Het Merwedekanaal na de voltooiing

Na de voltooiing werd er nog veel gewerkt aan het kanaal. Ondanks zijn uiteindelijke succes werd het kort na de voltooiing van het kanaal steeds populairder om goederen te vervoeren met treinen. Toen verloor het kanaal zijn functie als handelsweg. Vanaf begin 20e eeuw werd het Merwedekanaal steeds meer gebruikt als recreatiegebied.

Dit verhaal is geschreven in het kader van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018 met het thema 'water'