1207-10 Commissie Waterkwaliteitsbeheer Provincie Utrecht
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

beacon
Inleiding
Commissie Waterkwaliteitsbeheer Provincie Utrecht
1207-10 Commissie Waterkwaliteitsbeheer Provincie Utrecht
Inleiding
Commissie Waterkwaliteitsbeheer Provincie Utrecht
De ‘Commissie van advies en bijstand voor het waterkwaliteitsbeheer in de provincie Utrecht als bedoeld in artikel 5 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren’, kortweg: Commissie Waterkwaliteitsbeheer Provincie Utrecht (nog korter: Commissie Koot) is ingesteld door Gedeputeerde Staten op 18 augustus 1972. Zij begon haar werk op 28 augustus 1972 maar werd pas op 29 augustus 1973 geïnstalleerd. Samenstelling en taken waren geregeld in artikelen 7-13 Verordening waterkwaliteitsbeheer Utrecht (Provinciaal Blad 1973 nr. 48), vervangen door artikelen 8-15 Verordening waterkwaliteitsbeheer Utrecht 1976 (Provinciaal Blad 1975 nr. 70).
Taken van de commissie werden, Gedeputeerde Staten te adviseren omtrent:
- ontwerpen en uitvoeren van een zuiveringsplan (1976: waterkwaliteitsplan);
- overname van zuiveringstechnische werken van gemeenten met inbegrip van personeel;
- goedkeuring van de besluiten van gemeenten inzake rioleringsplannen;
- de door Gedeputeerde Staten te nemen beschikkingen tot het al dan niet verlenen van lozingsvergunningen voor afvalstoffen en de bezwaarschriften tegen die beschikkingen;
- het door Provinciale Staten vast te stellen bedrag per inwonerequivalent van de op te leggen zuiveringsheffing en de bezwaarschriften tegen aanslagen zuiveringsheffing.
Het provinciaal bestuur koos in 1972 voor een provinciale aanpak van het waterkwaliteitsbeheer, dat betekende het tegengaan en voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewateren (notulen van Provinciale Staten d.d. 19 januari 1972, 2, 6-7, 34-69). Om het waterkwaliteitsbeheer te kunnen betalen voerden Provinciale Staten een provinciale belasting in: de zuiveringsheffing. Hieruit werden de rioolzuiveringsinstallaties bekostigd. In de opeenvolgende provinciale Verordeningen zuiveringsheffing werd de adviesrol van de commissie vastgelegd (Provinciaal Blad 1973 nr. 47, 1976 nr. 54, 1981 nr. 45 en 1986 nr. 22).
Voorzitter werd prof. ir. A.C.J. Koot, hoogleraar aan de TH Delft. Bestuurders van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, afd. Utrecht, de Kamers van Koophandel binnen Utrecht, de Stichtse Waterschapsbond, de gewestelijke raad voor Utrecht van het Landbouwschap, de Raad voor Milieubeheer in Utrecht en de Stichting Natuur en Milieu werden tot lid, hoofdambtenaren van rijk en provincie tot adviseur benoemd (totaal 10 leden, 4 tot 6 adviseurs). De commissie belastte drie subcommissies uit haar midden met de voorbereiding van haar adviezen. Het secretariaat werd gevoerd ter provinciale griffie. Ingevolge de Verordeningen waterkwaliteitsbeheer Utrecht waren de vergaderingen openbaar.
In 1988 besloten Provinciale Staten de commissie op te heffen met overgang van haar taken op de toen ingestelde Commissie Water en Bodem provincie Utrecht (notulen van Provinciale Staten d.d. 5 oktober 1988, 10-16). Het werd wenselijk geacht de advisering omtrent alle aspecten van waterbeheer (zowel oppervlaktewater als grondwater) en bodembescherming in handen te leggen van één commissie. Daarom werd besloten dat de Commissie Water en Bodem ook de taken van de Provinciale Grondwatercommissie zou overnemen. Gedeputeerde Staten bepaalden als datum van ingang van deze besluiten 1 september 1989 (Provinciaal Blad 1989 nr. 37; zie ook nrs. 35 en 36).
Voor stukken betreffende de samenstelling van de commissie, zie ook inv.nr. 5132 in het archief van Gedeputeerde Staten van Utrecht over 1955-1988 (toegangsnr. 1205).
Utrecht, 2007
Aart Beets
Addendum
Inventaris
Erfgoedstuk

Kenmerken

Datering:
1972-1988
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van de Commissie Waterkwaliteitsbeheer Provincie Utrecht 1972-1988
Auteur:
A.N. Beets
Datering toegang:
2007
Datering bewerking:
2020
Openbaarheid:
Volledig openbaar
Rechtstitel:
Overbrenging van een overheidsarchief
Omvang:
2,23 m
Rubrieken:
Categorie: