In 1811 is de burgerlijke stand ingevoerd. Vanaf dit moment was alleen een huwelijk voor een ambtenaar van de burgerlijke stand rechtsgeldig.

Voordat een bruidspaar gaat trouwen moeten ze bepaalde bewijsstukken overleggen. Deze bewijsstukken zijn een bron van informatie. 
Het gaat hier: 

  • Een geboorteakte (of tot ca. 1852 nog een doopbewijs).
  • Als het bruidspaar nog minderjarig is of, in het begin van de 19e eeuw, jonger dan 30 jaar, en de ouders van het bruidspaar zijn niet aanwezig, dan moeten de ouders of andere voogden schriftelijk toestemming geven voor het huwelijk.
  • Als de ouders zijn overleden: afschriften van de overlijdensaktes; soms zelfs overlijdensaktes van grootouders.
  • Een overlijdensakte van de vorige partner of een bewijs van echtscheiding als één van de huwelijkspartners eerder gehuwd is geweest. 
  • Tot 1911 ook een verklaring van de Nationale Militie of de bruidegom had voldaan aan zijn militaire verplichtingen of was vrijgesteld of uitgeloot. Tot 1861 staat op deze verklaring een signalement van de bruidegom.

In principe zijn de huwelijkse bijlagen tot 1932 bewaard. De huwelijkse bijlagen van de gemeenten in de provincie Utrecht tot 1922 zijn in de studiezaal van Het Utrechts Archief op microfiche in te zien. Als er latere bijlagen zijn bewaard dan zijn die in origineel in te zien (als ze openbaar zijn).

Na 1932 zijn alleen huwelijkse bijlagen bewaard als één van de huwelijkspartners niet in Nederland geboren is. De huwelijkse bijlagen zijn openbaar als de huwelijksakte openbaar is, dus na 75 jaar.