Archieven Het Utrechts Archief Het Utrechts Archief

Uw zoekacties: Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905
x34-4 Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

34-4 Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
Woord vooraf
De notarissen en hun archieven
De inventarisatie
34-4 Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905
Inleiding
De inventarisatie
De inventaris omvat de archieven van de notarissen, die hun standplaats hadden binnen de huidige provincie Utrecht tot het jaar, 1896. Bij de annexatie van de gemeente Oudewater door de provincie Utrecht zijn de archieven van de Oudewaterse notarissen van het algemeen rijksarchief overgebracht naar het rijksarchief in Utrecht en in deze inventaris beschreven. De archieven uit de periode vóór, 1811 zijn voor het eerst geïnventariseerd door R. Fruin Th. Azn., Catalogus van de archieven der collegiën, die voor, 1811 binnen de tegenwoordige provincie Utrecht rechterlijke functiën uitgeoefend hebben, Utrecht, 1893 en die uit de periode, 1811-1842 door A. le Cosquino de Bussy, Catalogus van de rechterlijke archieven, 1811-1838 en van de notariële archieven, 1811-1842, Den Haag 1929. Bij de herinventarisatie is de splitsing in de verschillende perioden opgeheven omdat deze meer van rechtshistorisch dan van archivalisch belang leek.
De archieven van de notarissen zijn allereerst per standplaats ingedeeld, waarbij de standplaatsen in alfabetische volgorde zijn gebracht. Bij de notarissen na, 1811 zijn "notariskantoren" gekonstrueerd d.w.z. de notarissen, die elkaar binnen een standplaats hebben opgevolgd, vormen een kantoor. Voor 1811 bleek dit door de vele hiaten nauwelijks mogelijk. Binnen de standplaats werden de notarissen c.q. notariskantoren in volgorde van de data van eedsaflegging beschreven. Bij een tweede of volgende standplaats was dat de datum van vestiging. Het archief van een notaris werd in een vaste volgorde geplaatst: akten van kreatie/admissie, protokollen/minuten, onderhandse akten, bijzondere soorten akten, repertoires, indices, register van wisselprotesten en diversen.
Aan het slot van de inventaris wordt het archief van de Kamer van Notarissen beschreven. De notariële bescheiden van notarissen die binnen de stad Utrecht hebben geresideerd (aangegeven met de letter U) berusten in het gemeentelijke archief, alle overige in het rijksarchief in Utrecht.
Bewerkingsgeschiedenis
Addendum
Inventaris