Archieven Het Utrechts Archief Het Utrechts Archief

Uw zoekacties: Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969, deel 2: stukken over ...
1007-2 Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969, deel 2: stukken over afzonderlijke onderwerpen zonder classificatienummers
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inleiding
Geschiedenis van de organisatie
Geschiedenis van de archieven en verantwoording van de inventarisatie
Gedrukte bronnen en algemene literatuur
N.B. Alleen betreffende de rol van het gemeentebestuur.
Bijlagen
Inventaris
1. Stukken over afzonderlijke onderwerpen zonder classificatienummers, (1500) 1813-1910 (1971)
1.6. Belastingen en heffingen
In 1806 werd een nationaal belastingstelsel ingevoerd, ontworpen door minister van Financiën I.J.A. Gogel. Er kwamen vijf soorten belastingen: grondbelasting, personele belasting, patentbelasting, accijnzen en in- en uitvoerrechten. Gemeenten verloren hun autonomie op belastinggebied, maar konden nog wel plaatselijke belastingen heffen.
De daaropvolgende periode werd gekenmerkt door het streven van de rijksoverheid om de fiscale auto-nomie van de gemeenten te beperken uit vrees voor aantasting van het rijksbeleid betreffende de belas-tingheffing, voor een ongelijkwaardige lastenverdeling in de verschillende gemeenten, voor belemmering van de binnenlandse handel en voor te hoge prijzen van de eerste levensbehoeften. Uiteindelijk leidde dit tot de afschaffing van de plaatselijke accijnzen in 1865 en de plaatselijke inkomstenbelasting in 1929. Deze laatste was na 1865 natuurlijk sterk verhoogd.
Daardoor ontstond het klassieke vraagstuk van de financiële verhouding tussen rijk en gemeente. In 1878 werden doeluitkeringen aan gemeenten ingevoerd. De eerste keer waren ze bestemd voor de bestrijding van de personeelskosten voortvloeiende uit de Schoolwet van dat jaar. In de Financiële verhoudingswet van 1897 (in 1960 vervangen door een nieuwe wet) werd bepaald dat 80 pct. van de opbrengst van de personele belasting naar de gemeenten ging. Tevens werd de op de specifieke behoeften en draagkracht gebaseerde rijksuitkering aan iedere gemeente gefixeerd.
In 1929 werd het Gemeentefonds ingevoerd, waaruit nu ook ten behoeve van de gewone dienst volgens vaste criteria jaarlijkse uitkeringen aan de gemeenten werden gedaan. Het eigen belastinggebied van de gemeenten beperkte zich sinds 1929 tot opcenten op de grondbelasting en de personele belasting (tot 1941), straatbelasting en vermakelijkheidsbelasting. Na 1945 werden de doeluitkeringen zeer uitgebreid en dekten ze vrijwel volledig de uitgaven voor onderwijs, gemeentepolitie, wegen buiten de bebouwde kom e.d.
1.6.2. Rijksbelastingen
1.6.2.3. Patentbelasting
1007-2 Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969, deel 2: stukken over afzonderlijke onderwerpen zonder classificatienummers
Inventaris
1. Stukken over afzonderlijke onderwerpen zonder classificatienummers, (1500) 1813-1910 (1971)
1.6. Belastingen en heffingen
1.6.2. Rijksbelastingen
1.6.2.3.
Patentbelasting
NB:
Deze belasting op de uitoefening van een beroep of bedrijf werd in 1819 ingrijpend veranderd. In de Patentwet werd onder meer aangegeven voor welke beroepen de belasting gold en in welke aanslag-klassen zij gerangschikt moesten worden. De gemeenten waren verdeeld in zes rangen. Utrecht behoor-de samen met onder andere Den Haag en Groningen tot de tweede rang. De tarieven verschilden per rang.
De aangifteformulieren werden door een College van zetters, meestal in samenwerking met de controleur van de directe belastingen, verwerkt in een chronologisch register. Nadat de hoogte van de aanslag was bepaald, werden de gegevens in een legger geregistreerd. Op basis van deze legger stelde de directeur der directe belastingen in volgorde van het adres het kohier der patentplichtigen samen. De gemeente droeg zorg voor de uitgifte van de jaarlijkse patenten. De patentbelasting werd in 1894 vervangen door de belasting op bedrijfs- en andere inkomsten.
Zie ook: P.M.M. Klep, A. Lansink en W.F.M. Terwisscha van Scheltinga, 'De registers van patentplichti-gen, 1805-1893', in: Broncommentaren, I-IV ('s-Gravenhage 1987) 15-40.
Bijlage
Regesten
Kenmerken
Datering:
1813-1910
Toegangstitel:
Inventaris van de archieven van het gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969. Deel 2: stukken over afzonderlijke onderwerpen zonder classificatienummers (1500) 1813-1910 (1971)
Auteur:
A. Pietersma
Datering toegang:
2005
Openbaarheid:
Bepaalde inv. nrs. - onder meer over de zuivering van ambtenaren na de Tweede Wereldoorlog - zijn alleen raadpleegbaar met toestemming van de gemeentearchivaris
Rechtstitel:
Overbrenging van een overheidsarchief
Omvang:
1264,59 m zuurvrije dozen
Thema trefwoorden:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS