Archieven Het Utrechts Archief Het Utrechts Archief

Uw zoekacties: Deputaatschap Hongaren
x1455 Deputaatschap Hongaren
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1455 Deputaatschap Hongaren
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inleiding
Deputaatschappen betreffende Hongarije van de Gereformeerde Kerken in Nederland
1455 Deputaatschap Hongaren
Inleiding
Deputaatschappen betreffende Hongarije van de Gereformeerde Kerken in Nederland
In het rapport aan de Generale Synode van 1923 over voorstellen en verzoeken inzake steun, te verlenen aan kerken en geloofsgenoten in het buitenland wordt gepleit voor het laten studeren van Hongaarse jongeren aan de Theologische School in Kampen en aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
De tekst luidt als volgt: 'Wat nu de verzoeken, die tot de Synode zijn gekomen, in het bizonder aangaat, heeft uwe Commissie in de eerste plaats zich bezig gehouden met hetgeen verzocht is door de Kerk van Middelburg in betrekking tot de Hongaarsche geloofsgenoten. Het schijnt uwe Commissie toe, dat het belangrijkste van hetgeen gevraagd wordt, is gelegen in het tweede en in het vierde punt: het laten studeeren van Hongaarsche jongelieden aan de Theologische School en de Vrije Universiteit, en het aanbevelen van de belangen der Hongaarsche geloofsgenooten aan de Buitenlandsche Kerken. Niet genoeg kan beseft worden het hooge geestelijke belang, dat gelegen is in het studeeren van Hongaarsche jongelieden aan de Theologische School en de Vrije Universiteit. We kunnen dit zoo verstaan uit de geschiedenis van onze eigen Kerken in ons vaderland, als we gedenken den rijken zegen, dien God gegeven heeft op den arbeid en de prediking van die mannen, die opgeleid waren door Calvijn en hier te lande de Gereformeerde waarheid predikten.
Prof. Dr. J. Sebestyén heeft ons verzekerd, dat een opleiding tot Gereformeerde predikers, zoo deze het deel mocht worden van een niet te gering aantal jongelieden uit Hongarije, van onberekenbaar grooten invloed voor het Gereformeerd kerkelijk leven aldaar zou zijn. Uwe Commissie stemt daarmede volkomen in. Zoo het mocht gelukken om jaarlijks de Gereformeerde Kerk in Hongarije te voorzien van b.v. een twaalftal degelijk onderlegde mannen, die het onderwijs van onze Hoogleeraren hadden mogen volgen, zou dit een rijke en heerlijke vrucht kunnen hebben voor het opwaken van het Gereformeerd kerkelijk leven der Hongaarsche Kerk. Nu bestaat er reeds eene Commissie, die ijvert om gelden voor dit doel in te zamelen. Het komt uwe Commissie voor, dat de Synode meer moet doen dan door Middelburg gevraagd wordt. Het moet niet bij een adhaesie-betuiging blijven, maar om het overwegend groot geestelijk belang, waarom het hier gaat, is uwe Commissie van oordeel, dat de Synode een vijftal Broederen moet benoemen als Deputaten voor deze zaak, hen moet aanwijzen uit en in overleg met de reeds voor dit doel bestaande Commissie, en aan deze Deputaten opdracht geven, het studeeren van Hongaarsche jongelieden aan de Theologische School en de Vrije Universiteit zoveel mogelijk te bevorderen.' (Acta GS Utrecht, 21 augustus-14 september 1923, bijlage XVII, art. 68).
Op basis van deze rapportage werd door de Generale Synode besloten een vijftal deputaten te benoemen. In de synodevergadering, die te Groningen gehouden werd in 1927, werd het volgende besloten: 'Overeenkomstig het voorstel der commissie besluit de synode:
1. de handelingen van deputaten voor steun aan Hongaarsche studenten goed te keuren;
2. voor de volgende jaren opnieuw deputaten te benoemen met dezelfde opdracht;
3. aan de kerken te vragen voor dit doel het noodige geld bijeen te brengen door het doen houden van collecten en het schenken van bijdragen;
4. wat punt 3 betreft, zich rechtstreeks tot de kerken te wenden en deputaten op te dragen, zoo de hulpverlening niet voldoende is, zich per circulaire tot de kerken te wenden;
5. uit te spreken, dat het wenschelijk is, dat de steun aan Hongaarsche studenten, door de gereformeerde kerken geschiede alleen door middel van de door haar benoemde deputaten.' (Acta GS, art. 55)
In de zitting van de Generale Synode van 1 september 1955 werd besloten om voor de steunverlening aan verstrooide Hongaarse vluchtelingen een nieuw deputaatschap in te stellen en het werk van het deputaatschap voor de steunverlening aan Hongaarse studenten daarin onder te brengen (Acta GS van Leeuwarden 1955-1956, art. 84).
Op 23 oktober 1956 brak een massale volksopstand uit tegen het stalinistische bewind in de Volksrepubliek Hongarije, het begin van de Hongaarse opstand.
Op 4 november 1956 vielen troepen van het Warschaupact binnen; deze sloegen de opstand, die dertien dagen geduurd had, neer. De opstand kostte duizenden het leven en meer dan 150.000 Hongaren sloegen op de vlucht. In november 1956 werd daarom door het Algemeen Diakonaal Bureau een collecte uitgeschreven voor de nood in Hongarije. De collecte bracht een bedrag op van fl. 428.289,27. Voor de besteding van dit bedrag werd een commissie ingesteld (bestedingscommissie).
Vanwege de hoogte van het bedrag besloot de synode in 1957 voor de afwikkeling van de collecte zeven deputaten te benoemen en dezen op te dragen:
- de nog aanwezige gelden te besteden in de geest, waarin zij gegeven werden, zulks eventueel na overleg met deputaten voor steun aan Hongaarse studenten en de geestelijke verzorging van Hongaarse vluchtelingen;
- zolang die afwikkeling duurt op de daarvoor aangewezen synoden rapport over hun werkzaamheden uit te brengen;
Aan de bestedingscommissie op te dragen met de grootste spoed fl. 25.000,- over te maken aan de Evangelische Kirche in Österreich (Reformierte Kirche) onder de volgende voorwaarden:
- dat dit geld alleen besteed zal worden voor de arbeid onder Hongaarse vluchtelingen;
- dat deze besteding zal plaats vinden in overleg met de in Oostenrijk werkzame Hongaarse predikanten;
- dat de Evangelische Kirche in Österreich (Reformierte Kirche) volledige verantwoording over de besteding der gelden zal afleggen aan de generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland via de deputaten van dit besluit genoemd.
(Acta GS Assen 1957-1958, art. 237).
Na korte tijd werd het werk van dit deputaatschap ondergebracht bij het deputaatschap voor de steunverlening aan Hongaarse studenten en vluchtelingen.
In de jaren '70 vond een reorganisatie plaats van het werk ten behoeve van Hongaren. In 1976 werd besloten:
- met ingang van 1 januari 1977 over te dragen aan de deputaten oecumene buitenland: de behartiging van het contact met de Evangelische Kirche H.B. in Oesterreich en van de contacten die daaruit voortgevloeid zijn.
- met ingang van 1 januari 1977 over te dragen aan de deputaten voor de algemeen diakonale arbeid: de steunverlening aan de sub a. bedoelde kerk ten behoeve van haar 'Ungarnseelsorge', de verstrekking van jaarlijkse uitkeringen aan individuele Hongaren in Oostenrijk en het verlenen van studiebeurzen uit Oost-Europa voor studie in Nederland. (Acta GS Maastricht 1975-1976, art. 39).
In 1978 werd door het breed moderamen besloten de handelingen van deputaten goed te keuren en hen te ontheffen van hun arbeid en een tweetal deputaten te benoemen voor de begeleiding van de geestelijke verzorging onder de Hongaren in Nederland met de volgende instructie: in samenwerking met de vertegenwoordigers van de Nederlandse Hervormde Kerk en de 'Stichting Protestants Christelijke Geestelijke Verzorging voor Hongaren in Nederland' zorgdragen voor de begeleiding van het werk van ds. I.L. Tüski, één en ander met inachtneming van de algemene instructie voor deputaatschappen (Acta BM/GS Zwolle 1977-1979, art. 58).
Op 5 september 1990 werd door het Breed Moderamen van de Generale Synode besloten het deputaatschap in zijn geheel op te heffen.
Het breed moderamen besluit:
1. het deputaatschap voor de begeleiding van het werk onder de Hongaren per 1 januari 1991 op te heffen;
2. de instructie van de deputaten voor de begeleiding van het werk onder de Hongaren (GS Zwolle 1977, acta art. 58 BM), die als algemene opdracht heeft de begeleiding van het werk van ds. I.L. Tüski, in te trekken;
3. deputaten Gemeenteopbouw op te dragen per 1 januari 1991 de overgebleven taken van het deputaatschap voor de begeleiding van het werk onder de Hongaren op zich te nemen met inachtneming van het daaromtrent gestelde in het besluit van het breed moderamen op 23 november 1989 (acta art. 23 BM);
4. de deputaten voor de begeleiding van het werk onder de Hongaren en het bestuur van de Stichting Protestants Christelijke Geestelijke Verzorging voor Hongaren in Nederland hartelijk te danken voor de arbeid die zij gedurende een lange reeks van jaren ten behoeve van Hongaren in Nederland als zelfstandig deputaatschap in samenwerking met de Stichting verricht hebben. (Acta BM/GS Emmen 1989, art. 52).
Archief en inventarisatie
Addendum
Kenmerken
Datering:
1921-1970
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van het deputaatschap Hongaren 1921-1970
Auteur:
F.K. Duursema, bewerkt door T.L.H. van de Sande
Datering toegang:
2008
Openbaarheid:
Beperking van openbaarheid van 20 jaar voor de inv. nrs. 57-65. Raadpleging van niet-openbare archiefbescheiden slechts mogelijk na schriftelijke toestemming van de bruikleengever
Rechtstitel:
Opneming in beheer van een particulier, niet in eigendom verkregen
Omvang:
1 m zuurvrije dozen
Rubrieken:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS