Archieven Het Utrechts Archief Het Utrechts Archief

1675 Judo Bond Nederland
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

beacon
Inleiding
Judo Bond Nederland
1675 Judo Bond Nederland
Inleiding
Judo Bond Nederland
De Judosport kent in Nederland een lange traditie. In 2009 werd door Judo Bond Nederland (JBN) op grootse wijze het zeventigjarig bestaan gevierd. JBN is een maatschappelijke organisatie, een sportbond, die werkzaam is op non-profit basis en die door middel van de sport een bijdrage levert aan het persoonlijk en maatschappelijk functioneren van jong en oud. Judo Bond Nederland is een vereniging en kent derhalve een bestuur. Het zogeheten Bondsbestuur organiseert twee maal per jaar een ledenvergadering. Vanaf de eerste jaren negentig van de twintigste eeuw worden ledenvergaderingen meestal in de maanden mei en november georganiseerd. De nationale ledenvergadering wordt ook wel de Bondsraad genoemd. De Bondsraad bestaat uit 35 afgevaardigden. Deze kiezen de vijf leden van het Bondsbestuur en controleren zijn handelen. De Bondsraad beschikt over het recht van interpellatie, amendement, initiatief en enquête. De Bondsraad wordt bijgestaan door vier commissies, te weten de reglementscommissie, de financiële commissie, de tuchtcommissie en de commissie van beroep. JBN kent zeven districten met ieder een eigen bestuur. Districten zijn uitvoerende organen verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid van de Bondsraad; zij zijn dan ook geen rechtspersoon. Een districtbestuur delegeert uitvoerende taken aan districtcommissies. De zeven districtbesturen worden gekozen en gecontroleerd door districtledenvergaderingen. Zij worden daarin ondersteund door een kascommissie. De districtledenvergaderingen kiezen afgevaardigden voor de Bondsraad.
JBN is een vrijwilligersorganisatie. Alle betrokkenen op de verschillende niveaus zijn vrijwilliger. Een uitzondering vormen de medewerkers van de administratie en de redactie van het bondsorgaan, die achtereenvolgens waren gehuisvest aan het Kaapseplein in Den Haag (1939-1953), Utrecht *  (Bondsbureau, achtereenvolgens aan de Justus van Effenstraat en de Hamburgerstraat, 1953-1987) en Nieuwegein (vanaf 1987). Pogingen omstreeks 1998 om het Bondsbureau te verplaatsen naar Leidsche Rijn of zelfs naar Almere vonden uiteindelijk geen doorgang. Het Bondsbureau ondersteunt op professionele wijze het Bondsbestuur onder leiding van een sporttechnisch secretaris. Nadien werd de functie omgezet in die van directeur.
Bij aanvang van de twintigste eeuw kon worden opgemerkt dat het bedrijven van sport in clubverband een tamelijk marginaal maatschappelijk verschijnsel was. Heden ten dage sport immers bijna 30 percent van de Nederlandse bevolking in meer dan 27.000 verschillende sportverenigingen *  . Tijdens de Wereldtentoonstelling van Parijs (1900) werden in het paviljoen van Japan demonstraties gegeven van het in Europa nog onbekende jiujitsu. Nog datzelfde jaar werd in London de eerste Europese school voor de beoefening van deze sport opgericht. In Nederland konden vanaf 1910 in 's-Gravenhage de eerste lessen worden gevolgd in deze jonge tak van sport.
Met het oog op deelneming aan de Olympische Spelen in Tokio (1940) *  waar jiujitsu als demonstratiesport zou worden gepresenteerd werd de Nederlandsche Jiu-Jitsu Bond (NJJB) opgericht op 29 januari 1939 voor een tijdvak van 29 jaar en 11 maanden. In de jaren daarop werd Jiu-Jitsu veelal beoefend als de tweede sport naast Judo. Initiatiefnemer was jiujitsuleraar M. van Nieuwenhuizen (1912-1998) die reeds op 1 mei 1933 in Den Haag een eigen jiujitsuschool was begonnen. Hij stond model voor de persoon van de particuliere detective Dick Bos van de Nederlandse stripauteur, kunstenaar en avonturier Alfred Mazure (Nijmegen 1914-Londen 1974). De maandelijkse uitgaven van Dick Bos zorgden voor een groeiende belangstelling van Judo en Jiu Jitsu in Nederland.
Kort na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog was het een komen en gaan van judo- en jiujitsubonden. In 1948 werd er een fusie tot stand gebracht tussen de NJJB, de Judokwai Nederland, de Judoclub Holland en de Judoclub Nadaka. Onder de naam Nederlandse Judo Associatie (NJA) trachtte deze bond te fungeren als een soort koepelorganisatie. De NJA heeft echter maar anderhalf jaar bestaan. Haar voorzitter, tevens oud-bestuurslid van de NJJB, richtte vervolgens in 1950 de Nederlandse Amateur Judo Associatie (NAJA) op. NJJB en NAJA werden concurrenten. Er werd niet aan elkaars wedstrijden deelgenomen. In datzelfde jaar werd op initiatief van de NJJB de Nederlandse Judo Raad (NJR) opgericht. Het NJR had tot taak technisch leiding te geven aan het judo in Nederland. Vanaf dat moment steunde het judo in Nederland op drie pijlers, de NJJB, de in 1948 opgerichte Nederlandse Vereniging van Jiu-Jitsui en Judo Leerkrachten (NVJJL) *  en de NJR. In 1951 trad de NJJB toe tot de Europese Judo Unie (EJU) opgericht in 1949 *  .
In de jaren vijftig van de vorige eeuw raakte de NJJB bestuurlijk en technisch steeds beter gestructureerd. Naast het bestuur was er sprake van een wedstrijdorganisatiecommissie, een wedstrijdtechnische commissie, de zelfstandige vereniging van judo en jiu-jitsuleraren (NVJJL), en de Nederlandse Judoraad. Voorts bestonden er vijf districttechnische commissies. Het bestuur organiseerde ledenvergaderingen terwijl de verschillende commissies regionale en landelijke wedstrijden organiseerden. Bondscoaches gaven centrale trainingen, terwijl er ook een technisch bondsadviseur was aangesteld.
Naast de NJJB, de oudste bond met ongeveer 24.000 leden, kende het Nederland van begin jaren zestig nog vier andere bonden. Organisaties als de Nederlandse Sportfederatie (NSF) en het Nederlands Olympisch Comité (NOC) bleken niet zo geporteerd zaken te doen met zulk een versnipperd judolandschap. Het is dan ook niet vreemd dat pogingen van de NJJB lid te worden van bovengenoemde organisaties nogal eens strandden. Ook bij subsidieverstrekkers als het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM), kreeg men de handen niet gauw op elkaar. De NSF initieerde vanaf 1960 besprekingen om te komen tot een eenheid binnen de judowereld die vervolgens deel uit zou gaan maken van een der sportkoepelorganisaties. Eerst werd op basis van vrijwilligheid toegewerkt naar een federatie van de bestaande judobonden, om vervolgens na een periode van twee jaar één nieuwe bond op te richten. Deze termijn zou uiteindelijk met een jaar worden verlengd. Het resultaat was dat op 21 oktober 1963 in Utrecht door de Nederlandse Jiu Jitsu en Judo Bond (NJJB), de stichting Nederlandse Amateur Judo Associatie (NAJA), Judokwai-Nederland en de Nederlandse Katholieke Judo Bond (NKJB) een overeenkomst werd gesloten ter oprichting van de Federatie van Nederlandse Jiu Jitsu en Judobonden (FNJJB). De Nederlandse Judo Jiu Jitsu Associatie (NJJA) bleef buiten de federatie. De eerste wedstrijd in FNJJB-verband vond plaats op 5 februari 1964.
De federatie bleef om praktische redenen onder de naam NJJB bekend staan. De algemene ledenvergadering werd Bondsvergadering terwijl het hoofdbestuur voortaan Bondsbestuur ging heten. Het Bondsbestuur bestond uit de functies van voorzitter, secretaris, penningmeester, technische commissaris, commissaris verenigingen en commissaris scholen. Met deze structuur gaf de FNJJB leiding aan het judo en jiujutsi en werd de beoefening van deze sporten in Nederland in woord en daad bevorderd. Na drie jaar bleken de belangrijkste posities binnen de commissies en besturen van de federatie te worden ingenomen door bestuursleden van de NJJB *  . Op 7 oktober 1966 was de fusie een feit. De NJJB nieuwe stijl ging van start. In hetzelfde jaar verscheen het eerste Bondsvademecum dat landelijk werd verspreid.
Vier jaar later sloten zich drie karate-organisaties aan bij de NJJB *  . Per 1 januari 1971 werd de naam van NJJB dan ook omgezet in Budo Bond Nederland (BBN). De BBN vertegenwoordigde inmiddels zes Oosterse vechtsportdisciplines *  , hetgeen in organisatorische zin tot gevolg had dat er een groot aantal landelijke en regionale commissies ontstond. De inmiddels 35-jarige bond zag zijn ledenaantal uitgroeien naar meer dan 70.000 sporters. Daar stond tegenover dat halverwege de jaren zeventig de BBN werd geplaagd door interne problemen. Zo liet met name de financiële en ledenadministratie te wensen over en heerste binnen het Bondsbestuur een sterk individualisme. Vanwege een reorganisatie eind jaren zeventig verlieten beoefenaars van karate en taekwando de Budo Bond Nederland *  . Nog voor aanvang van het nieuwe decennium besloot een buitengewone bondsvergadering dat de BBN een nieuwe naam zou krijgen: Judo Bond Nederland (JBN) *  .
JBN, getooid met een nieuw bondsembleem in de vorm van kersenbloesem, ging in het voorjaar van 1982 een fusie aan met de Nederlandse Judo en Jiu-Jitsu Associatie *  .
Ten tijde van de fusiebesprekingen was de JBN geconfronteerd met berichten in de regionale en landelijke pers over vermeende fraude binnen het Bondsbestuur. Reeds in de jaren zeventig was er sprake geweest van een wanorde in de (financiële) administratie van de BBN, nadien JBN. Tegen de tijd dat de bondsadministratie op orde leek en men het zelfs had aangedurfd een groot evenement te organiseren (WK judo voor senioren te Maastricht 1981), doken in juni 1981 in de pers de eerste berichten op over vermoedelijke financiële malversaties. Het bestuur kreeg het zwaar te verduren. De fraudezaak hield de hele judowereld maanden in de ban en schaadde het aanzien van de judobond enorm bij de andere sportbonden en de rijksoverheid in het bijzonder en bij de sportliefhebbers in het algemeen. Uiteindelijk zag het toenmalige bestuur zich gehandhaafd. Zodoende werd het zittend bestuur in de gelegenheid gesteld de reeds ingeslagen weg van hervormingen te blijven volgen.
Men concentreerde zich op sporttrainingen en het behalen van sportieve prestaties, nationaal en internationaal; ook op gebied van het judo voor vrouwen dat vanaf 1980 sterk in de lift zat en een hoogtepunt kende tijdens het in 1986 te Maastricht georganiseerde Wereldkampioenschap *  . Met de opening van het nieuwe Bondsbureau in Nieuwegein in 1987 kreeg de JBN een professioneel hoofdkwartier in het centrum van het land. Aan de vooravond van het nieuwe decennium verscheen in het jaar van het met een judogala uitbundig gevierde vijftigjarig bestaan van de JBN, ook een nieuw, professioneler bondsorgaan.
Aanvang jaren negentig vond een ingrijpende wijziging van de JBN plaats. In 1989 werd een stuurgroep 'reorganisatie JBN' in het leven geroepen die nadien de structuurnota 'De JBN, organisatie naar meer samenhang' presenteerde. Tot dat moment controleerden districtbestuurders, die eveneens als bondsraadsleden in de Bondsraad functioneerden, feitelijke hun eigen beleid. Daar kwam nu verandering in. De Bondsraad werd een beleidscontrolerend parlement. De bestuurders werden op bepaalde portefeuilles gekozen. Het systeem van portefeuilles werd vervolgens ook geïntroduceerd binnen de districtsbesturen. Vanaf mei 1992 beantwoordden de portefeuillehouders tijdens de halfjaarlijkse bondsvergaderingen rechtstreeks vragen die vanuit de Bondsraad werden gesteld. Tevens werd bij die gelegenheid als gevolg van de introductie van de nieuwe organisatiestructuur het aantal leden van het Bondsbestuur teruggebracht van elf naar negen.
Het ledenaantal was sinds het einde van de jaren tachtig redelijk stabiel gebleven, het bedroeg ongeveer 50.000. De financiële situatie van de middelgrote sportbond was beheersbaar geworden, ondanks teruglopende subsidies en kostenstijgingen. Desondanks steeg het budget van fl. 440.000 in 1988 naar fl. 758.000 in 1991 *  . De aandacht voor public relations, zowel intern als extern, werd vergroot. De communicatielijnen tussen Bondsbestuur en Bondsbureau werden korter door het besluit vanaf 1990 het directeurschap van het Bondsbureau te combineren met de functie van secretaris van het Bondsbestuur. Voorts werd in april 1993 aan de bestaande commissies opnieuw een topsportcommissie toegevoegd met doel de samenstelling van de nationale equipes voor deelneming aan internationale toernooien en kampioenschappen samen te stellen.
De als hectisch gekarakteriseerde jaren negentig kende diverse affaires, die tot in de rechtbank moesten worden beslecht en breed werden uitgemeten in de pers; zo was daar de affaire Spijkers (1992-1993), de affaire Post-Hoogendijk (1996-1997) en de affaire Ooms (1996-1997). Naar aanleiding van deze laatste zaak werden door de koepelorganisatie NOC-NSF gedragregels opgesteld (20 mei 1997). Eind jaren negentig kon enkel worden geconstateerd dat de JBN een roerige periode achter zich liet. Niet zonder bestuurlijke gevolgen.
In 1996 zette het Bondsbestuur een ontslagprocedure in rond de persoon van de directeur-secretaris *  . Een sluimerend conflict rond competenties en declaratiegedrag van bestuurders leidde uiteindelijk tot een vertrouwensbreuk. Een in het voorjaar van 1996 door het toenmalige Bondsbestuur voorgesteld reddingsplan, ingediend tijdens een bijzondere Bondsraadvergadering, leidde niet tot het gewenste resultaat. Het voorstel werd verworpen. Daarop trad het voltallige bestuur af. Een interim-bestuur van oudgedienden trad aan, ter zijde gestaan door een commissie van afgevaardigden uit de Bondsraad (1 per district).
De periode 1996-2002 bracht niet de gewenste rust binnen de gelederen van de JBN. Financiële tegenvallers in de vorm van proceskosten en afkoopsommen drukten zwaar op het budget, de problematiek rond de leiding en huisvesting van het Bondsbureau, het rekruteren en behouden van deskundige portefeuillehouders. In het voorjaar 2000 werd op voorstel van het (interim-)bestuur opnieuw het aantal bestuursfuncties teruggebracht; deze keer van tenminste negen naar tenminste zeven. Nadien zou als gevolg van een beoogd reorganisatieproces dat aantal naar vijf worden teruggebracht.
Na de (bestuurlijke) crisis kwam met het aantreden van een nieuwe bestuursvoorzitter in 2002 de JBN uiteindelijk in rustiger vaarwater. Er werden structurele verbeteringen aangebracht. Een nieuwe bondsdirecteur voor een beter functionerend Bondsbureau werd aangesteld, een andere toonzetting van het overleg binnen de JBN en een groeiend zelfbewustzijn wierpen steeds meer hun vruchten af. Er werden richtinggevende meerjarenbeleidsplannen en jaarplannen opgesteld verankerd in beleidsplannen van sportkoepels en overheden. (Landelijke) kern- en actieplannen werden geformuleerd of er werd aan de uitvoering daarvan deelgenomen. Projecten in binnen- en buitenland werden geïnitieerd. Bondsvergaderingen verliepen soepeler en in collegialere sfeer. De verhouding tussen Bondsbestuur en districtbesturen werd flink verbeterd. Vanaf 2001 verscheen het bondsorgaan onder een nieuwe naam en een nieuwe uitgever. Judo Visie ontwikkelde zich steeds meer als spreekbuis van het Bondsbestuur met een duidelijk doel voor ogen: transparantie van het bestuur. Er werden zelfs diensten aangeboden aan andere bonden of federaties, zoals de verzorging van de financiële, personeels- en ledenadministratie voor de Koninklijke Nederlandse Krachtsport en Fitnessfederatie (KNKF), de Taekwando Bond Nederland (TBN), de Nederlandse Boks Bond (NBB) en de Karate-do Bond Nederland. Kortom, een proces om te komen tot een verregaande professionalisering werd ingezet met als uiteindelijk doel kwaliteitsverbetering.
Geschiedenis van het archief
Verantwoording van de inventarisatie
Addendum
Literatuur
Bijlagen
1. Organigram van Judo Bond Nederland (2009)
2. Lijst van bestuurders van Judo Bond Nederland over 1939-2010
3. Lijst van archivalia en voorwerpen (memorabilia), bewaard in het Bondsbureau van Judo Bond Nederland te Nieuwegein
Erfgoedstuk

Kenmerken

Datering:
1939-2009
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van Judo Bond Nederland (1946) 1963-2009 (2010)
Auteur:
J.Ph.S. Lemmink, bewerkt door T.L.H. van de Sande
Datering toegang:
2010
Datering bewerking:
2017
Openbaarheid:
Op inv.nrs. 54-58, 67, 97-118, 161-171 en 173-175 is met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een openbaarheidsbeperking van 75 jaar van toepassing. Eerdere inzage in voornoemde inventarisnummers is slechts mogelijk na schriftelijke toestemming van het Bondsbestuur van Judo Bond Nederland
Rechtstitel:
Opneming in beheer van een particulier, niet in eigendom verkregen
Omvang:
4,12 m
Categorie: