Archieven Het Utrechts Archief Het Utrechts Archief

Uw zoekacties: Kapittel van Sint Marie te Utrecht
x221 Kapittel van Sint Marie te Utrecht
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

221 Kapittel van Sint Marie te Utrecht
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inleiding
Kapittel van Sint Marie te Utrecht
221 Kapittel van Sint Marie te Utrecht
Inleiding
Kapittel van Sint Marie te Utrecht
Het kapittel van St. Marie en de bijbehorende Mariakerk zijn volgens overlevering in 1081 gesticht door de Duitse keizer Hendrik IV en de Utrechtse bisschop Koenraad. De wijding van de, overigens dan nog niet voltooide, kerk heeft vóór 1094 plaats gevonden *  . In dat jaar wordt namelijk voor het eerst een proost van St. Marie genoemd. Met de bouw van de Mariakerk is volgens de traditie het Utrechtse Kerkenkruis voltooid. Een minder gangbare theorie is dat niet de Mariakerk, maar de Buurkerk deel uitmaakte van het Utrechtse Kerkenkruis *  . In vergelijk met de andere kapittelkerken in Utrecht was de kerk van St. Marie prestigieuzer en vooral groter. Zij zou zijn gebouwd naar voorbeeld van de domkerk in Spiers die na 1080 ingrijpend werd verbouwd door Hendrik IV. Bisschop Koenraad wordt na de moord op hem in 1099 in de Mariakerk begraven.
In 1231 heeft de Mariakerk schade opgelopen door een grote stadsbrand. In de twee jaar daarna is de kerk enkele maanden bezet door aanhangers van Floris de Zwarte in hun strijd tegen bisschop Andries van Cuijk. Volgens overlevering verjoegen zij de kanunniken en gebruikten de gebouwen o.a. als praktijk-plaats voor lichte zeden en paardenstal. Na hun vertrek werd de beschadigde kerk ingrijpend verbouwd en werd de ooit aangevangen bouw van het westelijke deel voltooid. Vermoedelijk zijn in de periode hierna ook de beide torens gebouwd *  . De gebeurtenissen tussen 1231 en 1233 hebben er toe geleid dat een belangrijk deel van de archieven en de bibliotheek van het kapittel verloren is gegaan. Van de charters dateren er slechts drie van vóór 1233.
Het kapittel was voor het grootste deel afhankelijk van inkomsten uit goederen die het in de loop der eeuwen als schenking ontvangen had. Deze werden aangewend voor de prebenden van de kanunniken. Het Mariakapittel bezat daarnaast zowel een prebende voor de bisschop als voor de Duitse koning/keizer en voor de aartsbisschop van Trier. In totaal telde St. Marie 30 prebenden, derhalve ook 30 kanunniken, net als het kapittel van St. Pieter. Aanvankelijk werden deze door de bisschop, die overigens zelf ook een prebende had, toegewezen. Vanaf de 12e eeuw kwam dit begevingsrecht geleidelijk in handen van de deken en stemgerechtigde kanunniken. St. Marie was in 1527 het laatste kapittel dat de toewijzing van prebenden bij toerbeurt invoerde *  .
De inkomsten uit de goederen, hetzij in natura, hetzij in geld, werden per regio verzameld in een vroonhoeve of curtis. Van daar uit werden de opbrengsten vervoerd naar Utrecht of verkocht op een lokale markt. Een voorbeeld hiervan was de curtis Selhorst bij Harderwijk. Hier werden de opbrengsten uit de goederen van St. Marie op de Veluwe verzameld en verscheept naar Utrecht. De stad Harderwijk heeft hieraan vermoedelijk zijn ontstaan te danken.
Het kapittel van St. Marie bezat, naast goederen op de Veluwe, ook goederen in vooral het Utrechtse en Hollandse veenweidegebied, in Zeeland en in het Gelderse en Hollandse rivierengebied. Het goederenbezit werd beheerd door acht kamers (Grote kamer, Kleine kamer, Fabriek kamer, Mensurnaal kamer, Veluwe kamer, Parvae particulae en Bona choralium et Secentorumen sparingia). Digniteiten als de proosdij en het dekenaat werden apart beheerd. Veel van de bezittingen van het kapittel zijn in de 17e eeuw verkocht zoals bijvoorbeeld die in de omgeving van Nederhorst den Berg.
De Mariakerk is in 1566 bij de Beeldenstorm de dans ontsprongen. Wel heeft zij bij het beleg van het kasteel Vredenburg in 1576 door ‘Spaans’ vuur haar noordelijke klokkentoren verloren. In 1580 is de kerk van St. Marie alsnog slachtoffer geworden van een beeldenstorm. Kort daarna wordt de uitoefening van de katholieke godsdienst verboden en wordt ook de kerk van St. Marie voor de betreffende erediensten gesloten *  . De archieven van het kapittel hebben in deze roerige tijden kennelijk geen of weinig schade opgelopen.
Vanaf 1615 is de benoeming van katholieken als kanunnik verboden. Kanunniken konden nog wel worden benoemd, zij het dat zij protestant moesten zijn en derhalve ook geen religieuze functie meer mochten hebben. Gevolg was dat de kapittels, dus ook dat van St. Marie, op den duur volledig protestant werden *  . Inkomsten van het kapittel werden voortaan aangewend voor o.a. het onderhoud van predikanten van het nieuwe geloof. Met de jaren werden veel bezittingen van het kapittel verkocht en verloor het aan invloed. Het kapittel van St. Marie is, net als de andere kapittels, bij keizerlijk decreet van 27 februari 1811 opgeheven. De kerk werd daarna gefaseerd gesloopt. Alleen het koor van de kerk werd enigszins gespaard door opname in het gebouw van het Conservatorium.
Het archief en de bibliotheek van het kapittel zijn in 1811 terecht gekomen bij het Domein Archief. In 1844 is het archief met de overige Utrechtse kapittelarchieven onder het beheer van de Rijksarchivaris gebracht *  . Het dan nog resterende deel van de oorspronkelijk grote bibliotheek is in 1836 in beheer overgedragen aan de Universiteitsbibliotheek *  . Het ontbrekende deel is in de loop der eeuwen verloren gegaan dan wel bij andere instellingen terecht gekomen *  .
Verantwoording
Aanbevolen literatuur
Bijlage
Regesten
N.B. Het betreft een overzicht van charters die digitaal raadpleegbaar zijn via de website. Vooralsnog bevatten deze regesten uitsluitend de dateringen van de betreffende oorkonden
Erfgoedstuk
Kenmerken
Datering:
1108-1811
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van het kapittel van Sint Marie te Utrecht 1108-1811 (1817)
Auteur:
B.M. de Jonge van Ellemeet, bewerkt door H.A.R. Hovenkamp
Datering toegang:
1937
Datering bewerking:
2006, 2019
Openbaarheid:
Volledig openbaar
Rechtstitel:
Overbrenging van een overheidsarchief
Omvang:
159 charters; 90 bladen kaarten; 3 bladen tekeningen; 142,79 m oude verpakking
Rubrieken:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS