Archieven Het Utrechts Archief Het Utrechts Archief

1897 Familie Besier
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

beacon
Inleiding
Geschiedenis
Leden van de familie Besier
1897 Familie Besier
Inleiding
Geschiedenis
Leden van de familie Besier
Augustinus Gerhard Besier (1756-1829)
Stamvader van de familie Besier is Augustinus Gerhard Besier. Doordat zijn vader Bernardt Henrick Besier (1727-1767) jong overleed en zijn moeder Bartholda Aleida Remink (1728-1821) hertrouwde met Alexander van Suchtelen (1737-1804), werd A.G. Besier grootgebracht door zijn stiefvader.
Hij studeerde vanaf 21 september 1772 aan het Atheneum Illustre te Deventer en van 18 september 1775 tot 5 februari 1780 Romeins en hedendaags recht aan de Universiteit van Leiden.
Hij was patriot, evenals zijn stiefvader Van Suchtelen. Hij bekleedde verschillende functies ten tijde van de Bataafse Republiek; als lid van de sectie Marine en Koloniën van het Staatsbewind had hij een werkzaam aandeel in de ombuiging van de koloniale politiek in die dagen. Hij was ook lid van Provinciale Staten van Overijssel en lid van de Raad van Deventer.

Zie: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel 9, blz. 59-60, en de website Parlement en Politiek.
Pierre François Besier (1782-1862)
P.F. Besier was directeur van het grenspostkantoor, lid van de vroedschap en benoemd lid van de rechtbank van eerste aanleg te Deventer, later lid van de raad en wethouder van Deventer, lid van de Provinciale Staten, hoofdingeland van Overijssel en luitenant-kolonel der schutterij.
Bernard Hendrik Alexander Besier (1783-1829)
B.H.A. Besier studeerde rechten te Leiden, werd in 1809 auditeur bij de staatsraad van koning Lodewijk en in hetzelfde jaar door deze benoemd tot kwartierdrost van Overflakkee.Bij de inlijving van het koninkrijk Holland in het Franse keizerrijk werd het vierde kwartier Goeree en Overflakkee van het departement Maasland voortgezet als arrondissement Flakkee met de hoofdplaats Sommelsdijk. Dit arrondissement werd bij Keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 uitgebreid met de eilanden Voorne en Putten, die eerder deel hadden uitgemaakt van het arrondissement Rotterdam. Daarmee ontstond het arrondissement Brielle.
B.H.A. Besier, eerder kwartierdrost en auditeur van de koning, bleef aan met de nieuwe titel van onder-prefect van Flakkee. Eerst op 27 juni 1811 werd hij bij Keizerlijk decreet als zodanig benoemd, waarna hij op 11 augustus nadien de eed aflegde. Tot het eind van de Franse periode bleef hij in functie.
In 1816 vertrok hij als Oost-Indisch ambtenaar naar Java en werd hij benoemd tot lid van de raad van justitie te Semarang. daarna tot officier van justitie aldaar. In 1822 volgde zijn benoeming tot resident van Tegal en in 1824 van Soerabaja, waar hij ongeveer vier jaar werkzaam bleef. Na het uitbreken van de Java-oorlog in 1825 wist hij, geholpen door een gewapende inlandse macht, door zijn krachtig optreden te voorkomen, dat de opstand zich tot binnen zijn gewest uitbreidde. In 1827 werd Besier benoemd tot resident van Batavia en het volgende jaar van Semarang. Hij was nog geen vol jaar te Semarang, toen hij werd benoemd tot gouverneur der Molukse eilanden. Hij overleed na korte tijd te Makassar.
Louise Egbertina Aricie Besier-Cornets de Groot (1802-1877), echtgenote van B.H.A. Besier

L.E.A. Cornets de Groot is in 1815/16 met haar ouders naar Nederlands-Indië gereisd. Op 15 april 1821 is zij getrouwd met Pieter Willem van der Hoop, die in 1825 benoemd werd tot resident van Banjoewangi. Kort na zijn aankomst aldaar is hij - op 25 juni 1825 - overleden. Op 5 februari 1827 huwde L.E.A. Cornets de Groot met B.H.A. Besier, die toen resident van Soerabaya was. Kort nadat Besier in februari 1929 benoemd was tot gouverneur van de Molukse eilanden, kwam hij op 5 mei van dat jaar te overlijden. In 1834 ging zijn weduwe met haar kinderen naar Nederland terug.
August Gerhard Besier (1812-1895)

A.G. Besier was, evenals zijn vader, postdirecteur te Deventer. Bovendien was hij 2e luitenant van het bataljon Overijsselse schutterij, dat in het begin van de jaren dertig van de 19de eeuw in Zeeuws Vlaanderen was gelegerd.
Jacques Arnaud Besier (1814-1897)

In september 1829 werd J.A. Besier kadet van de Koninklijke Militaire Academie. Nadat hij een aantal jaren bij verschillende artilleriekorpsen was ondergebracht, werd hij in 1842 benoemd tot 1e luitenant bij het Korps Generale Staf. Van 1853 tot 1872 was hij verbonden aan de Dienst Topografische Inrichting die zich bezighield met de bewerking van de Topografische en Militaire kaart van het Koninkrijk der Nederlanden, vanaf 1870 in de rang van generaal-majoor. Hij was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
August Adriaan Henry (Henry) Besier (1827-1905)
A.A.H. Besier was hoofdambtenaar van de gemeente-secretarie van Utrecht.
Het gezin Besier-van Ewijck woonde vanaf 1863 op de Maliebaan 14. A.A.H. Besier had verschillende maatschappelijke functies, zoals: rustbewaarder bij de burgerwacht, commissaris van de zweminrichting, commissaris van de Zoölogische Sociëteit, secretaris van het college van curatoren van het Stedelijk Gymnasium, lid van de plaatselijke schoolcommissie, bestuurslid van de hulpbank en penningmeester van het Waterschap Hooge en Lage Weide. Hij was één van de oprichters van de SHV (Steenkolen Handels Vereniging).
Johanna Albertine Besier-van Ewijck (1836-1898), echtgenote van A.A.H. Besier
De vader van J.A. van Ewijck was onder andere gouverneur van Noord-Holland. In november 1855 is het gezin Van Ewijck naar Utrecht verhuisd (Onder de Linden). In juni 1856 maakte Johanna Albertine voor het eerst kennis met A.A.H. Besier. In augustus 1860 volgde zijn aanzoek per brief en in september 1860 een mondeling aanzoek. De verloving vond plaats in oktober 1860 en het huwelijk op 21 maart 1861. De huwelijksreis ging naar Parijs-Marseille-Hyeres. Het echtpaar was daarna woonachtig in een huis aan het Oudkerkhof. In maart 1862 begon de bouw van een huis aan de Maliebaan.
J.A. Besier-van Ewijck was lid van de Dames-Commissie van de Dames-Badinrichting aan de Kromme Rijn.
Louis Willem Alexander Besier (1829-1904)
L.W.A. Besier was lid van de gemeenteraad van Utrecht en voorzitter van het Muntcollege. Hij heeft een aantal publicaties over het Muntwezen op zijn naam staan.
Jenny Louise Besier (1854-1943)
J.L. Besier was gehuwd met Coenraad Willem van de Kasteele (1851-1925). Deze was kolonel bij de genie en wethouder van Utrecht.
Pierre François (Piet) Besier (1846-1910)
P.F. Besier was rechter bij de Arrondissementsrechtbank te Maastricht. Van 1871-1873 was hij 2e luitenant van de dienstdoende schutterij in Deventer.
Willem Jan Jacob Besier (1857-1934)
W.J.J. Besier is in 1880 gepromoveerd aan de Universiteit van Utrecht tot doctor in de rechten. Hij was gemeente-secretaris van Tiel.
Louise Egbertine Aricie (Lous) Besier (1862-1942)
Lous Besier ging in februari 1875 naar school bij mej. Buddingh aan de Lange Nieuwstraat. Voor die tijd kreeg zij thuis les van een gouvernante.
Op 1 oktober 1875 slaagde zij voor het toelatingsexamen van zojuist geopende HBS voor meisjes aan de Plompetorengracht, waar mej. Buddingh inmiddels tot directrice was benoemd. Op 19 juli 1878 deed zij mondeling eindexamen.
In september van dat jaar kwam zij tijdelijk te wonen in een internaat in De Steeg *  , maar na korte tijd woonde zij weer thuis waar zij zo nu en dan wat lessen in Engels en muziek kreeg. In 1880 werd zij lid van het koor van Toonkunst. In datzelfde jaar kwam het gezin te wonen in een huis aan de Kromme Nieuwegracht. In 1898 overleed haar moeder, J.A. Besier-van Ewijck.
Na het overlijden van haar vader in 1905 gingen Lous en haar zuster Elise veel uit logeren en verbleven zij soms in pensions. Eind november 1905 verhuisden zij van het huis aan de Kromme Nieuwegracht naar het adres Emmalaan 23. In 1919 verhuisden Lous en Elise van de Emmalaan naar het huisje Pomona aan de Rijksstraatweg in Doorn. Een verblijf in Doorn werd afgewisseld met een verblijf in Hotel Des Pays-Bas in Utrecht en een pension in Huis ter Heide.
Lous Besier was, net als haar zuster Elise Besier, ongehuwd. Samen met haar zuster maakte ze na de Eerste Wereldoorlog veel reizen naar het buitenland - te beginnen na de Eerste Wereldoorlog. De zusters woonden zij daar ook langdurig, dikwijls in Italië.
Als zij in Utrecht waren verbleven de zusters meestal in hotel Des Pays-Bas, soms ook in pension Home Sweet Home in de Jan Luykenstraat in Amsterdam.
De economische crisis had in het begin van de jaren '30 ook financiële gevolgen voor de gezusters Besier, maar ondanks de verminderde inkomsten waren zij nog wel in staat zijn om reizen te maken.
Lous Besier is in 1942 in Utrecht overleden.
Elise Clara Jacoba (Lies) Besier (1863-1938)
Lies Besier zat van februari 1879 tot juli 1880 op de meisjesschool Hill House in Hilversum. *  De meisjes van het Hill House varieerden in leeftijd van 11 tot 19 jaar en kwamen uit welgestelde families uit Nederland, Nederlands-Indië, België en Engeland. Onderwijs in vreemde talen en lichaamsbeweging hadden grote prioriteit voor de dames Camerlingh, die de leiding hadden van dit internaat.
Elise Besier maakte, eerst met het gezin en later met haar zuster Louise, veel reizen naar binnen- en buitenland. Er werd door haar (en door haar zuster Louise) ook dikwijls gelogeerd bij hun zwager en zuster, Anton en Jo der Kinderen-Besier, in Amsterdam.
Elise Besier is overleden op 5 oktober 1838 te Utrecht.
Johanna Henriette Besier (1865-1944)
J.H. Besier was een tekenares, schilderes, naaldkunstenares en kostuumhistorica, die was opgeleid aan de Rijksacademie te Amsterdam. Zij was vanaf 1894 gehuwd met de schilder Antonius Johannes der Kinderen en na hun huwelijk vestigden zij zich te Laren, waar zij aanvankelijk woonden in het voormalige huis van de schilder A. Mauve.
A.J. der Kinderen was tevens hoogleraar-directeur van de Rijks Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam (1907-1925).
Henry Johan (Henk) Besier (1867-1916)
H.J. Besier was notaris te Utrecht en Hoogheemraad van de Lekdijk Benedendams en van de IJsseldam. Henk Besier werd op de leeftijd van 21 jaar kandidaat-notaris, werkzaam op het kantoor van notaris A.L.W. van Dobben. In 1905 werd hij benoemd tot notaris te Utrecht, als opvolger van notaris Walland.
Henriëtta Jacoba (Coo) Besier-de Geer (1863-1933)
Coo Besier was een verdienstelijk amateur-fotograaf. In het archief Besier bevindt zich een groot aantal foto's die door haar zijn gemaakt.
Johanna Albertina (Han) Besier (1896-1984)
Han Besier was leerling van het Pensionnat Français, een kostschool in Brussel.
Zij was tot 1935 directrice van het vakantiehuis Blijdenstein te Hilversum. Van 1935 tot 1946 verbleef zij in Nederlands-Indië, in eerste instantie bij haar broer August Adriaan Henry (Guus) Besier, die in 1939 in Batavia is overleden. Ze heeft in 1944 in het kamp Halmaheira gezeten. * 
Van juli 1946 tot augustus 1956 was zij adjunct-directrice van de Valerius-kliniek in Amsterdam.
Zij was lid van de Zeister Broedergemeente.
August Adriaan Henry (Guus) Besier (1897-1939)
Guus Besier reisde in 1925 naar Nederlands-Indië via Brussel (3 nov.), Parijs (5-12 nov.), Genua (15 nov.). Aankomst in Medan 11 december 1926: D.S.M. Boarding House in Medan Sumatra. Hij woonde van 1927-1932 in Kramat Weltevreden op Java in hotel Binnenhof en in 1933 in Pension de Bruijn in Batavia.
In Medan was hij van eind 1926 tot februari 1927 werkzaam als procuratiehouder van de N.V. Buitenlandsche Bank voor Sumatra. * 
Guus Besier was daarna ambtenaar bij het Centraal Bureau voor de Statistiek te Batavia. In 1939 is hij, na een kort ziekbed, overleden.
Egbert Lodewijk Jacob Besier (1901-1963), gehuwd met Elisabeth Marie (Liesbeth) Besier-Baronesse Sloet van Oldrustenborgh genaamd van Marxveld (1905-1980)
E.L.J. Besier was notaris te Utrecht en vanaf 1959 dijkgraaf van het hoogheemraadschap van de Lekdijk Benedendams en van de IJsseldam. Hij woonde te Utrecht op het adres Stolberglaan 45.
Leden van aanverwante families
Archief en inventarisatie
Inventaris
Bijlage
Genealogie
Erfgoedstuk

Kenmerken

Datering:
1689-1981
Toegangstitel:
Inventaris van de familie Besier 1689-1981 (2006)
Auteur:
G.J. Röhner
Datering toegang:
2020
Openbaarheid:
Volledig openbaar
Rechtstitel:
Schenking (van een niet overheidsarchief)
Omvang:
9 m
Rubrieken: