N.B. Naar aanleiding van de bewerking van het archief van de Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht over 1811-2006 zijn een aantal inventarisnummers uit het archief van voornoemde orde over 1200-1811 (in 1955 en 1982 beschreven en in 2018 bewerkt) overgebracht naar het archief over 1811-2006.
N.B. De eerste ridders op de lijst (tot en met Herbaren van Drongelen) waren commandeur van Utrecht, toen er nog geen sprake was van een afzonderlijke Balije van Utrecht. Vanaf Johan van Hoenhorst is het hoofd van het Duitse Huis te Utrecht te beschouwen als landcommandeur. Achteraf zijn ook de voorafgaande commandeurs als landcommandeur meegenomen. In de spelling van de namen duiken verschillende varianten op. De spelling uit de meest recente studies, zoals die van Rombert Stapel, is overgenomen voor deze lijst. Over de jaartallen vóór 1360 bestaat de nodige onzekerheid. Commandeurs die niet voorkomen in de Kroniek van de Orde en die ook niet zijn afgebeeld in de portretreeks, zijn niet in deze lijst opgenomen. Bij het vermelden van de adellijke titel is uitgegaan van de opschriften op de landcommandeursportrettten. De lijst is gebaseerd op de volgende literatuur:
Hedde Biesma, Ridders in een klooster. Het Duitse Huis in Utrecht (Utrecht, 1999).
Daantje Meuwissen, Gekoesterde traditie. De portretreeks met de landcommandeurs van Utrecht van de Utrechtse Balije van de Ridderlijke Duitsche Orde (Hilversum, 2011).
Rombert Stapel, The Utrecht Chronicle of the Teutonic Order. A History of the Crusades in het Holy Land, Prussia and Livonia (edition and translation) (Londen-New York, 2024).
De lijst is samengesteld door Prof. dr. R.E de Bruin.
Kenmerken
- Zonder categorie
Mijn Studiezaal (inloggen)
