Bibliotheek Het Utrechts Archief Het Utrechts Archief

1964 Verzameling handels- en reclamedrukwerk van winkels en bedrijven, instellingen en verenigingen in de stad en provincie Utrecht, bijeengebracht bij Het Utrechts Archief
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

beacon
Inleiding
Verzameling losse aanwinsten: Handels- en reclamedrukwerk van winkels en bedrijven, instellingen en verenigingen in stad en provincie Utrecht, bijeengebracht bij Het Utrechts Archief
Geschiedenis
N.B. De inleiding is grotendeels ontleend aan de inleiding bij de verzameling handels- en reclamedrukwerk van Utrechtse winkels en bedrijven, instellingen en verenigingen, bijeengebracht door Bernard Martens van Vliet, 1850-2010 (toegangsnr. 1854).
Utrecht
Handels- en reclamedrukwerk
1964 Verzameling handels- en reclamedrukwerk van winkels en bedrijven, instellingen en verenigingen in de stad en provincie Utrecht, bijeengebracht bij Het Utrechts Archief
Inleiding
Verzameling losse aanwinsten: Handels- en reclamedrukwerk van winkels en bedrijven, instellingen en verenigingen in stad en provincie Utrecht, bijeengebracht bij Het Utrechts Archief
Handels- en reclamedrukwerk
De uitvinding van de boekdrukkunst rond 1440, maakte een ruimere verspreiding van het woord mogelijk. Toch bleef na het verschijnen van de eerste couranten in het begin van de 17e eeuw reclame beperkt tot kleine annonces onderaan of aan de zijkant van de dubbelzijdige pagina, waaruit een courant toentertijd bestond. De oplages van de periodieken waren gering, het verspreidingsgebied was klein en er waren weinig lezers, want het gewone volk kon zich geen courant veroorloven of kon helemaal niet lezen. In Utrecht verscheen pas vanaf 1797 een regulier dagblad: De Utrechtse Courant, die tot 1942 onder verschillende titels bleef uitkomen.
In 1869 werd het dagbladzegel, de belasting op couranten, opgeheven. De prijs voor een courant halveerde en zorgde voor een sterke toename in de hoeveelheid drukwerk. Het aantal lezers nam zienderogen toe. Vanaf het begin van de 20e eeuw ontwikkelden de krantenadvertenties zich snel. De opmaak verbeterde, de advertenties werden groter en er kwamen 'plaatjes' bij, aanvankelijk tekeningen, maar later ook foto's. Het reclamevak professionaliseerde, naar Amerikaans voorbeeld. Zeker voor de grotere bedrijven werd het steeds interessanter om zich via de krant bekend te maken. Voor de kleine bedrijven was dat veel te duur, zij moesten zich uiteindelijk behelpen met 'De Kleintjes' in het Utrechtsch Nieuwsblad bijvoorbeeld of het toch maar, noodgedwongen, bij de van-mond-tot-mond-reclame houden.
Het eigen handelsdrukwerk van winkeliers bestond in eerste instantie uit nota's, die met vulpen of potlood, met de naam van de klant en datum uitgeschreven werden. Vaak is er op zo'n nota een zegel voor de omzetbelasting geplakt.
Notablokken konden kant-en-klaar bij de kantoorboekhandel worden gekocht, stempel erop en klaar was kees. Maar heel veel winkeliers vonden dit te min en lieten nota's ontwerpen met een eigen signatuur. Vooral modezaken en winkels van huishoudelijke artikelen onderscheidden zich met fraai vormgegeven 'notahoofden', soms ontworpen door bekende kunstenaars, zoals in Utrecht de bekende lithograaf Joh.A. Moesman. In de kop werd regelmatig de winkelpui afgebeeld, in gravure of als fotootje. Op deze manier vormen dit soort nota's een bijzondere topografische bron. Vooral drukkerijen volgden vrij consequent de ontwikkelingen op typografisch gebied in hun handelsdrukwerk. Verschillende stijlen passeerden de revue, met invloeden van ‘Jugendstil’, ‘Amsterdamse School’ en ‘De Stijl’ e.d.
Naast de krantenadvertenties en nota’s waren er nog vele andere manieren om via drukwerk reclame te maken, reclame die overigens niet alleen door winkelbedrijven werd gemaakt, maar ook door fabrieken, banken, verzekeringsmaatschappijen, verenigingen, liefdadigheidsinstellingen e.d.
Een korte opsomming van verschillende verschijningsvormen:
Affiches,
die in Utrecht overigens alleen op daartoe bestemde plekken mochten worden aangeplakt. In 1904 besloot het gemeentebestuur dat het voor de zóveelste keer afgelopen moest zijn met het wildplakken. Er werden zes 'advertentiekolommen' geplaatst, aan het begin van de Amsterdamsestraatweg, op de Neude, bij de Bartholomeusbrug, in de Maliebaan, op de Biltstraat en op de Rijnkade. Later kwamen er nog enkele bij, bijvoorbeeld op het Koekoeksplein. Op deze reclamezuilen ('peperbussen') konden bedrijven ruimte pachten om hun reclamebiljetten te 'afficheren'. Al snel kwam er uit het bedrijfsleven kritiek op de té hoge pachtprijs die de gemeente vroeg voor het officieel aanplakken. Het wildplakken ging gewoon door.
Briefhoofden,
vaak fraai ontworpen, waarbij vooral bij die van fabrieken opvallen, omdat de afgebeelde gebouwen steevast veel te groot zijn getekend.
Folders, flyers en reclamebiljetten,
reclame-uitingen om huis-aan-huis te verspreiden of op straat uit te delen.
Reclamekaarten,
waarop bijvoorbeeld de 'nouveautés' van het jaar aangeprezen werden, met vaak een jaarkalender op de achterzijde. Meestal uitgedeeld aan vaste klanten van een zaak.
Reclameprentbriefkaarten,
met een afbeelding van de zaak (zowel exterieur als interieur), of afkomstig uit bestaande prentbriefkaartenseries vooral afkomstig uit Duitsland en Engeland, met bijvoorbeeld afbeeldingen van landschappen of met komisch bedoelde prentjes. Op de achterzijde werd de firmanaam gedrukt.
Suikerzakjes,
met enkele grammen suiker, die in de loop van de jaren ’50 van de 20e eeuw steeds vaker gebruikt werden in de horeca en in bedrijven. Ze zijn meestal bedrukt met de bedrijfsnaam en/of het bedrijfslogo, een tekeningetje van het bedrijfspand of een vrije compositie. In de loop van de jaren ’60 werd het verzamelen van suikerzakjes een ware rage in Nederland. Voor het verpakken van suikerklontjes wordt vaak gebruik gemaakt van suikerwikkels.
Verpakkingsmateriaal,
zoals pakpapier, kleine doosjes, sigaren- en tabakszakjes en ter completering de sluitzegel. Deze sluitzegels die gebruikt werden als de 'finishing touch' op een pakje of op een enveloppe waren er in allerlei vormen en zijn meestal bijzonder fraai ontworpen: echte 'kleinodiën'.
Verzamelplaatjes,
die na de introductie van de beroemde Verkadealbums in 1903 bijzonder populair werden. Voor de meeste Utrechtse bedrijven was deze reclame-uiting echter veel te duur. Bekend is dat Van Rijn's Mosterdfabrieken en bakkerij LUBRO een tijd lang verzamelplaatjes met bijbehorende albums hebben uitgebracht. Bijzondere verzamelplaatsje waren de zogenaamde 'zwartjes': kleine reclameplaatjes met zwartwit fotootjes van allerlei toentertijd populaire onderwerpen.
Visitekaartjes,
waaronder de 'porseleinkaartjes', die tussen ca. 1825-1890 gemaakt werden en die hun naam ontlenen aan hun witte glans en uitzonderlijke textuur. Aan het ontwerp van het visitekaartje is veel aandacht besteed. Steendrukker Joh.A. Moesman heeft veel van de Utrechtse visitekaartjes ontworpen.
Vloeibladen,
gebruikt om overvloedige schrijfinkt te kunnen deppen. Met vaak fraaie afbeeldingen op de voorzijde. Vooral uitgegeven als relatiegeschenk.
Verzameling en inventarisatie
Literatuur -
Erfgoedstuk

Kenmerken

Datering:
1800-2020
Toegangstitel:
Inventaris van de verzameling handels- en reclamedrukwerk van winkels en bedrijven, instellingen en verenigingen in de stad en provincie Utrecht, bijeengebracht bij Het Utrechts Archief 1800-2020
Auteur:
D.C. Goosen
Datering toegang:
2021
Openbaarheid:
Volledig openbaar
Rechtstitel:
Schenking (van een niet overheidsarchief)
Omvang:
1 m
Rubrieken:
Categorie: