Het gerecht van Hogelanden kocht deze huisjes ten behoeve van aldaar wonende armen en behoeftigen. Aanvankelijk werd de administratie gevoerd door de schout van het gerecht. Dat het gerecht bijzondere voorzorgen voor de armen nam, blijkt onder andere uit een plecht van 26 mei 1718 groot fl. 500,- door J.J. van Engelen-bergh gevestigd op een huis en hof op de hoek van de Anthoniedijk en Vinkenkade, dienende onder andere ter aflossing van een plecht van fl. 100,- “competerende de armen van onsen geregte”, waarvan de datum niet genoemd wordt. Ook blijkt het uit een hypotheek van fl. 200,-, op 20 maart 1726 afgesloten door J. Vermeulen op een deel van een boomgaard en warmoesiershof onder het eerdergenoemde ge-recht, welk bedrag hij verklaarde “schuldig te wesen aen ende ten behoeve van de armen van desen geregte”.
- dat de woningen of kameren steeds zoveel mogelijk ter bewoning gegeven zouden worden;
- dat de uitdelingen zouden worden verstrekt aan onder het genoemde gerecht domiciliërende en in hulpbehoevende toestand verkerende personen, een en ander in overleg met de Raadscommissaris van de Wijk M;
- dat door de administrateur jaarlijks rekening zou worden gedaan aan de bur-gemeester.
Bij resolutie van 15 januari 1852 werden door B. & W. aan de drie woningen toege-voegd de administratie van een kapitaal van fl. 4.000,-, ingeschreven in het Grootboek 2½ pct. Nationale Werkelijke Schuld ten name van schout en gerecht van Roodebrug.
Van aanvang af is het de bedoeling geweest de woningen aan de Vinkenkade te verhuren en uit de opbrengst van die huur en van het in bezit zijnde kapitaal, na af-trek van de eventuele herstellingskosten, gedurende de winter uitdelingen van brandstoffen te doen aan 40 behoeftigen van alle gezindten uit het gerecht van Ho-gelanden (elk 240 turven). Bij gebrek aan 40 gezinnen werden de armen van de ge-rechten Roodebrug en Lauwerecht erbij betrokken. Uit de rekeningen tot 1875 blijkt niet, dat uitdelingen hebben plaats gehad. Tussen 1876 en 1896 vinden we echter regelmatig “uitdelingsposten” in de rekeningen terug.
In april 1968 besluit men de huizen aan de Vinkenkade af te stoten en aan de gemeente Utrecht te verkopen. Een jaar later, op 22 oktober 1969, worden de pan-den Pallaesstraat 2-8 eigendom van de nog steeds bloeiende “Kamer van Hogelan-den”.
Het archief, dat erg incompleet is, is vermoedelijk samen met enige andere fun-datie-archiefjes door zijn rentmeester, een ambtenaar van de gemeente Utrecht, op een niet meer te achterhalen moment overgebracht naar de Gemeentelijke Archief-dienst. De ordening der aanwezige archiefbescheiden spreekt, dunkt me, voor zich-zelf. Het archief meet 0.25 m.
Mijn Studiezaal (inloggen)
Creative Commons (CC BY 4.0)