| Titel | Auteur | Vroegste jaar van uitgave | Laatste jaar van uitgave | |
|---|---|---|---|---|
![]() | Kennisgeving. De Burgemeester en Wethouders van Utrecht doen te weten, dat door den Raad dier gemeente in zijne vergadering van 11 November 1886 is vastgesteld de volgende verordening: Verordening op het gebruik der havens en wateren in de gemeente Utrecht ... | Boer, W.R.; Watteville, W.H. de | 1886 | |
![]() | Kennisgeving. De Burgemeester en Wethouders van Utrecht doen te weten, dat door den Raad dier gemeente in zijne vergadering van 25 October 1881 is vastgesteld de volgende verordening: [...] Verordening op het gebruik der havens en wateren in de gemeente Utrecht ... | Boer, W.R.; Watteville, W.H. de | 1881 | |
![]() | Kennisgeving. Burgemeester en Wethouders der gemeente Utrecht, doen te weten, dat door den Raad dier Gemeente, in zijne vergadering van den 11 November 1880, is vastgesteld de volgende Verordening, houdende wijziging [...] der verordening op het gebruik der havens en wateren in de gemeente Utrecht, door den Gemeenteraad vastgesteld den 15 Junij 1876 ... | Boer, W.R.; Watteville, W.H. de | 1880 | |
![]() | Burgemeester en Wethouderen der Stad Utrecht, Brengen ter kennis van een ieder dien zulks aangaat, dat Hun Edel Achtb. of derzelver Gecommitteerden zullen Schouwen op Dingsdag den 7 Juni 1842 des namiddags ten 5 ure voor de eerste reize, en op Dingsdag den 21 Juni 1842 voor de tweede reize, op verbeurte der boete daartoe staande, de hieronder vermelde Wegen, Paden, Watergangen, enz., te weten: Vanaf Boriusbrugge achter Bethlem, het Kerkepad en de Hooglandsche Steeg ... | 1842 | ||
![]() | Publicatie. Burgemeester en Wethouderen der Stad Utrecht, Gezien de aanschrijving van heeren Gedeputeerde Staten der Provincie Utrecht [...] volgens welke aan den Zandweg langs de Vecht van Utrecht op Breukelen, veel schade en nadeel wordt toegebragt, door het onregelmatig baggeren in de gemelde rivier ... | Kien, N.P.J.; Dijk, W.G. van | 1841 | |
![]() | Publicatie. Burgemeester en Wethouderen der Stad Utrecht, Gezien de aanschrijving van heeren Gedeputeerde Staten der Provincie Utrecht [...] volgens welke aan den Zandweg langs de Vecht van Utrecht op Breukelen, veel schade en nadeel wordt toegebragt, door het onregelmatig baggeren in de gemelde rivier ... | Kien, N.P.J.; Dijk, W.G. van | 1841 | |
![]() | Publicatie. Burgemeester, Wethouderen en Raden der Stad Utrecht. Noodig geoordeeld hebbende, om, overeenkomstig de verpligting tot het behoorlijk toezigt over de wegen, paden, watergangen, bruggen en heulen, op het stedelijk bestuur berustende, de vroegere schouwbrieven en ordonnantien tot dit onderwerp betrekkelijk, te herzien ... | Asch van Wijck, H.M.A.J. van; Roock, P. de; Musschenbroek, S.C. van | 1831 | |
![]() | Publicatie. Burgemeester, Wethouderen en Raden der Stad Utrecht. Noodig geoordeeld hebbende, om, overeenkomstig de verpligting tot het behoorlijk toezigt over de wegen, paden, watergangen, bruggen en heulen, op het stedelijk bestuur berustende, de vroegere schouwbrieven en ordonnantien tot dit onderwerp betrekkelijk, te herzien ... | Asch van Wijck, H.M.A.J. van; Roock, P. de; Musschenbroek, S.C. van | 1831 | |
![]() | Mairie de la Ville d'Utrecht. Le Maire de la Ville d'Utrecht, [...] contenant les dispositions relatives au curement et l'entretien des fossés le long des routes Impériales et Départementales, fait connaitre à ses administrés et enjoint à ceux que cela concerne d'observer soigneusement le dit Arrêté, lequel est du contenu suivant: Empire Français ... | Celles, Graaf de; Bosch van Drakestein, P.W. | 1812 | 1812 |
![]() | Publicatie. Borgermeesteren en Vroedschap der Stad Utrecht, vernomen hebbende de reeds voorgevallen ongelucken ter oorsaeke dat voor verscheyde Huysen, zoo op de Oude als Nieuwe Grachten binnen dese Stad, genoegzame Muuren aen de waterkant ontbreken, waer door nog meerder en grooter ongelucken te vreesen zijn ... | Baerle, J. van | 1743 | 1743 |
![]() | Publicatie. De Vroedschap der Stad Utrecht bevindende dat deser Stads Gragten zoo ondiep werden, dat aen beyde zijden off voor de werfbalken den aenleg en passagie van Schepen en Schuyten daer door merkelijk verhinderd werd tot groot naedeel der negotie ende gerief der Borgeren en ingesetenen ... | Baerle, J. van | ||
![]() | Publicatie. Borgemeesteren en Vroedschap der Stad Utrecht ondervindende dat [...] de Jaerlijx gedaene Waerschouwingen voor het doen van de Schouw over de Werven en Wervbalken, de Nieuwe Graft van voor 't Servaas Heck af, tot onder den Plompen Toren door, niet op behoorlijcke diepte gehouden is [...] hebben op den 26 February 1725 de naevolgende Instructie voor den Aennemer en Ordonnantie op het Verdiepen en onderhouden van deser Stads Nieuwe-Gragt ... | Harscamp, Everardus van | 1725 | 1725 |
![]() | Extract uyt de Resolutien van de Vroedschap der Stadt Utregt 's Maendaachs den 30 May 1670. Op de Requeste van de Schouten ende Geregten van Pylsweert ende nieuwen Oort, versoekende dat op het bevaren van haere Schutten en Watergang, srtreckende van het Erff agter de Volmeulen Noortwaerts op tot aen het Bylhouwers-brugje nader ordre soude mogen gestelt [...] des dat de Schutten soo hoog worden gemaekt dat het water daer over niet en loopt ... | Quint, J. | ||
![]() | Ordonnantie Vande Ed: Mog: Heeren Staten 's Landts van Utrecht, Aengaende het melioreren, graven ende becostigen van een nieuwe Grifte, beginnende uyt der Stadts-grafte van Utrecht, tot den Stoetwegensen Dijck toe; Mitsgaders het schouwen ende onderhouden van de voorsz nieuwe Grifte. Gearresteert den ixen Junij 1668 | Hilten, Ant. van | 1668 | 1668 |
![]() | 1ste vervolg-memorie van geschiedkundige aanteekeningen, over de vroegere binnendijksche waterontlastingen, door sluizen en waterleidingen tot in de buitenrivieren, hoofdzakelijk betreffende, de bijzondere voorstelling van den belangrijksten ring der hoofdbedijkingen in Nederland, tusschen de rivieren het Pannerdensche kanaal, de Neder-Rijn en Lek, de Waal en Merwede, met de Noord tusschen Dordrecht en Krimpen, beginnende met de bedijking der Overbetuwe, tot de Dief- en Lingedijken op Geldersch [...] | Blanken, J. | 1835 | 1835 |
![]() | Memorie van geschiedkundige aanteekeningen, over de vroegere binnendijksche waterontlastingen door sluizen en waterleidingen tot in de buitenrivieren, en de daarop gevolgde stichting der windwatermolens, met derzelver lage en hooge boezems, beginnende met de Vlister- Zederiksboezems, tusschen de rivieren den IJssel en de Lek, de Linge en Beneden-Waal en Merwede... | Blanken, J. | 1834 | 1834 |
![]() | Bestek en voorwaarden tot het op de diepte houden, benevens het schoonmaken en snijden gedurende twee jaren van A. De Cothergrift, B. Den Krommen Rijn, van de Langbroeker Wetering tot de stad Utrecht, C. Den Meent- of Minstroom, van den Krommen Rijn bij het Vossegat tot den Singel der stad Utrecht, alles ingaande den 1sten Januari 1890 en eindigende den 31sten December 1891 | |||
![]() | Verslag van de Staatscommissie, benoemd bij Koninklijk Besluit van 20 maart 1916, no. 23, met opdracht een onderzoek in te stellen omtrent de oorzaken van de buitengewoon hooge waterstanden, tijdens den stormvloed van 13/14 januari 1916 voorgekomen op de in Zuidholland gelegen benedenrivieren, meer bepaaldelijk op den Rotterdamschen Waterweg | Schotel, P. | 1920 | 1922 |
Mijn Studiezaal (inloggen)
