De Republiek en het Rampjaar

Onder aanvoering van Lodewijk XIV van Frankrijk verklaarde in 1672 een coalitie van Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen de oorlog aan de Republiek. Terwijl Engeland klaar lag met een vloot in de Noordzee, trokken de andere drie binnen vanuit het oosten. In het hele land brak paniek uit.

De verdediging op zee was redelijk op orde. Michiel de Ruyter kon met zijn vloot de vijand een gevoelige slag toebrengen. Maar het leger aan land was verwaarloosd. De net tot kapitein-generaal aangestelde Willem III kon weinig doen. Hij moest het leger ten westen van Utrecht terugtrekken. De waterlinie was net op tijd in werking gesteld, waardoor het leger van de Fransen daar tot stilstand kwam. Utrecht was vanaf juli 1672 bezet gebied.

Stad en provincie Utrecht

De inwoners van de Provincie Utrecht hadden het zwaar. Huizen, boerderijen en kerken gingen geregeld in vlammen op. Inwoners werden mishandeld en weggejaagd. Dit was met name langs de Vecht en aan de waterlinie het geval. Deze dorpen lagen namelijk min of meer in de frontlinie.

Theatergezelschap Aluin verplaatste zich in hoe het was om een boer te zijn in deze periode, kijk en luister mee:



De meeste steden hadden geen last van grootschalige plundering en vernieling. Maar, daar stond wel iets tegenover: zij moesten torenhoge bedragen betalen aan de Fransen, én zij moesten Franse soldaten bij gezinnen inkwartieren. In Wijk bij Duurstede was op een gegeven moment sprake van wel acht tot tien man per huis! Dit werd centraal georganiseerd en ging op een tamelijk geregelde manier. Buiten de muren van de steden, lagen de dorpen er echter weerloos bij. Vanuit de steden en geconcentreerde ruiterkampen ondernamen de Fransen regelmatig strooptochten, waarbij het hen vooral om de oogst te doen was. 

De ‘verraders’ van de stad Utrecht

Veel mensen vonden dat de bestuurders van de stad Utrecht wel heel gemakkelijk de sleutels van de stadspoorten, en daarmee de macht, aan de Fransen gaven. Utrechters kregen daardoor al snel de scheldnaam ‘sleuteldragers’. Er verschenen diverse spotprenten die (soms in spiegelbeeld) ook weer naar elkaar verwijzen.

Sleuteldragers prent Utrecht biedt Lodewijk XIV de sleutels van de stad aan. In werkelijkheid gebeurde de overdracht van de sleutels op het stadhuis, en niet aan de koning maar aan zijn commandant Rochefort. Anonieme prent, toegeschreven aan Romeyn de Hooghe, eind 17de eeuw. Collectie Het Utrechts Archief.  

Afloop

In 1673 keerden de kansen. De waterlinie had zijn waarde bewezen. Willem III kreeg het leger op orde, en wist in het buitenland steeds meer bondgenoten te winnen. Zowel de vloot als het landleger behaalden in de loop van het jaar een paar beslissende overwinningen. Bovendien had Lodewijk XIV zijn legers elders nodig. Eind 1673 verlieten de Fransen de provincie Utrecht, en in 1674 als laatste ook Gelderland. 

Utrecht en het Rampjaar in verhalen

Welke impact de Franse bezetting op de inwoners van de provincie Utrecht had, hoort u in de verhalen die zij in onze tentoonstelling 'Rampjaar 1672-1673' vertellen. U hoort het verhaal van de stadsomroeper, een boer, het kind van een schutter die elders aan het vechten is, een Zwitserse soldaat en het verhaal van kasteelvrouw Margaretha Turnor. Ga op rand van een bed zitten, aan een schrijftafel, op de drempel van een vervallen boerderij of langs de kant bij een processie, en luister.